Zorg baart me zorgen

Het succes van allerlei alternatieve vormen van zorg, zoals mindfulness, yoga, burn-outcoaches etc. tonen aan dat zelfzorg geen modewoord is, maar een wezenlijk deel begint uit te maken van ons welzijn. Want toegegeven, als ik kijk naar mijn coachingspraktijk, naar de mensen om me heen en naar mezelf, blijkt toch steeds dat we leven met een dogmatische focus op de ander of het andere en daarin durven we ons zelf wel eens vergeten of opzij zetten.

 

“Focus op de ander” als missie

 

Maar ik merk de laatste tijd dat de beroepen waar per definitie de focus op de ander ligt, bij uitstek geplaagd worden door een gebrek aan zelfzorg en dus met burn-out, of erger bedreigd zijn. Ons hele zorgapparaat van verplegers, hulpverleners, thuisbegeleiders, artsen e.a. staat in voor de zorgbehoevenden, vanuit een diepgeworteld engagement om voor anderen te zorgen.  Hun missie is 'geven' en ze putten hun voldoening uit het sociale contact, het intermenselijke, en het zorgen zelf. Maar uit onderzoek blijkt dat artsen, verplegend personen e.a. steeds vaker slachtoffer worden van bijvoorbeeld burn-out. Zij die geven, zijn niet gewend om te ontvangen. Zij die “zorgen voor” kunnen moeilijk voor zichzelf (laten) zorgen. Ook zij zitten in de dwang van het moeten: moeten zorgen voor de ander, moeten sterk zijn en doordoen, want de ander is in nood. Niet evident om zo’n respectabele maar gevaarlijke overtuiging open te breken. Gevaarlijk, omdat zelfdestructie achter de hoek loert, zo bewijzen de onrustwekkende cijfers over het aantal (huis)artsen in burn-out of in de risicozone.

 

Opstaan van die luie krent en doordoen!

 

Leren voor zichzelf te zorgen betekent dat ook dat mensen die zorg opnemen voor anderen moet toelaten dat ook zij nood hebben aan zorg, net om voor anderen te kunnen zorgen. Dit toelaten of jezelf op dat vlak iets gunnen is een van de moeilijkste te aanvaarden inzichten. En de maatschappij, noch de publieke opinie helpen daarbij: recent nog werd een foto van een slapende arts op intensieve afdeling heftig bekritiseerd op de sociale media. Vingerwijzend werd geproclammeerd: Gij zult zorgen voor de ander! Wat zoveel betekende als: opstaan van die luie krent en doordoen! Dat de betrokken persoon al een onmenselijk aantal uren achtereen had gepresteerd en de powernap slechts een magere compensatie was, werd daarbij over het hoofd gezien.

Moeten we mensen die zorgen voor anderen niet meer tegen zichzelf beschermen? Je vindt bij hen vaker eigenschappen die, wanneer ze samen voorkomen, tot burn-out leiden: perfectionisme, zich dienstbaar op- stellen, moeilijk grenzen aangeven, idealisme, een hoog verantwoordelijkheidsgevoel, vatbaar zijn voor schuldgevoelens, koppig, vasthouden aan rigide denkpatronen en controledwang.

 

First take care of yourself before taking care of the other

 

Wat voor de zorgverstrekkers geldt, geldt eigenlijk voor elk van ons. Want wie wil er niet voor de ander zorgen: er zijn voor je partner, je collega’s, je vrienden of je kinderen. Ook daar zou de stewardess-van-het-leven ons in de veiligheidsvoorschriften terecht moeten aanmanen: “first take care of yourself before taking care of the other”. Pas door zorg te dragen voor onszelf kunnen we sterk staan voor een ander. Dus: sterk zijn om te kunnen zorgen, in plaats van sterk zijn door te zorgen. Maar voor onszelf (moeten) laten zorgen lijkt in te houden dat we zwak zijn. Maar is dat zo? Of toont dat gewoon onze kwetsbare limieten als mens waar we mee moeten mee leren leven. En als je het mij vraagt: Omgaan met die kwetsbaarheid is het nieuwe sterk-zijn.