De mens achter de leider

Het is niet mijn gewoonte om over actuele gebeurtenissen te schrijven, maar de aanleiding is dit keer te mooi om te laten liggen.

De aanleiding is vrij recent, namelijk de euforie rond het glansrijke parcours van de Rode Duivels op het WK in Rusland vorige maand.  

Ik kijk naar zo’n evenementen als betrokkene en als buitenstaander. En vooral met die laatste blik zie ik boeiende zaken die iets vertellen over wat ik in mijn coachings en trainingen hoor of zie gebeuren.

Dit keer waren de festiviteiten eigenlijk net achter de rug, namelijk de intrede van de Rode Duivels op de Grote Markt in Brussel. Trainer Roberto Martinez werd diezelfde avond uitgenodigd in Villa Sporza van de VRT om terug te blikken op de prestaties van de Belgen. Op zich is het mooi om te zien hoe Martinez in elk interview vanuit een soort positieve waardering spreekt over zijn team, over voetbal en zelfs over de tegenstander. Blijkbaar is dat geen pose, want zelfs insiders getuigen dat hij die positiviteit ook in de groep en in de organisatie binnenbrengt.

Martinez wordt tijdens het interview wat overvallen door de opmerking dat hij behoorlijk enthousiast was tijdens de intocht van de Rode Duivels in Brussel, hoewel hij normaal gezien een vrij gereserveerde houding heeft en zijn emoties steeds onder controle lijkt te houden. De opmerking op zich is al veelzeggend, want het toont dat mensen de mens achter de “rol” willen zien en ze vinden het lastig als ze die niet te zien krijgen. Martinez geeft, bijna verontschuldigend, toe dat hij zich heeft laten meeslepen en genoot van de feestvreugde. Hij zag al de gezichten van die jonge mensen om hem heen en besefte dat het hele team die mensen geïnspireerd heeft. Hij vond dat een magisch moment waar je moet kunnen in opgaan en ervan genieten.

Hij spreekt over het inspireren van mensen, maar geeft tegelijk indirect toe dat hij zich op andere momenten niet laat meeslepen en een facade hoog houdt. Een leider mag blijkbaar zijn emoties niet laten zien, mag niet persoonlijk worden. Toch niet publiekelijk. Maar welk voorbeeld geven we dan, als we alleen maar een rol spelen? Een rol die op zich niet echt menselijk is en dus op lange termijn ook niet houdbaar is.

Eenzelfde bedenking had ik na de presidentsverkiezingen in Amerika. Ik was gebiologeerd door de rol die Hilary Clinton speelde tijdens de hele campagne. Met alle respect voor de vrouw op zich, maar ze leek wel een ingestudeerde kopie van zichzelf waar spontaneïteit zoek was en emoties voorgeprogrammeerd leken om dat ene grotere doel te dienen, nl. verkozen raken. Pas achteraf, maanden na de verkiezingsuitslag, nadat ze min of meer gerecupereerd was van de emotionele mokerslag die de uitslag had uitgedeeld, kon of mocht de mens achter de politica getoond worden. Ze biechtte op wat de hele campagne met haar gedaan had en hoe ze zich toen voelde. Ook hier dacht ik: wat een voorbeeld geven we als leidinggevenden aan de wereld? En ja, er stond veel op het spel, en ja, zelfs in het geval van zo'n figuren kan je je afvragen of die bekentenissen achteraf ook niet ingestudeerd zijn en een doel dienen. Maar dat versterkt alleen maar mijn stelling.

Laat ik de vraag omdraaien. Willen we zelf liever geleid worden door stereotype voorbeeldrollen of raken we begeesterd door menselijke leiders die ons tonen dat zij het ook moeilijke kunnen hebben? Leiders die tonen dat menselijkheid en emoties enerzijds en effectiviteit, besluitvaardigheid en resultaatgerichtheid anderzijds elkaar kunnen versterken. Dit is geen retorische vraag, maar wel een open vraag om de reflectie daarover te starten. In mijn coachings en trainingen zie ik alvast leidingevenden die daar naar snakken, maar het niet durven.

Er moet toch een middenweg zijn, denk ik dan…