Meer mannen gevraagd?

De intervisie die ik laatst begeleidde was wel een bijzondere: de deelnemers waren allemaal vrouwen. Ik had voordien nog nooit een groep gefacilteerd die uitsluitend uit vrouwen bestond. Uiteraard zijn er wel objectieve redenen denkbaar waarom er geen enkele man aanwezig was. Toch lag de vraag op ieders lippen, nl. of dit wel toeval was. Zijn vrouwen niet eerder dan mannen geneigd over zichzelf te reflecteren, om hun kwetsbaarheid in publiek te delen elkaar? Zullen vrouwen zich niet sneller laten coachen dan mannen?...

Ik ben ervan overtuigd dat die vraag voortkomt uit ons stereotype denken over beide seksen en ik geloof ook niet in die opdeling. Op het einde van de sessie waren alle deelneemsters enthousiast over de diepgang waarmee we naar hun uitdagingen hadden gekeken en hoe er op een respectvolle manier over elkaars situatie werd gesproken. Opnieuw werd de vraag gesteld of een portie testosteron in de groep de sessie niet anders had doen verlopen. Ook hier ben ik beducht voor onbewuste vooroordelen. Niet uit angst om zelf weggezet te worden als een mietje of een softie omdat ik zogenaamd het nodige testosteron niet leverde (been there…), maar omdat ik echt geloof dat dit voorbij gaat aan de mens zijn/haar ware, innerlijke energieën.

En uiteraard bestaat toeval niet: de eerstvolgende aflevering van de geweldige podcastreeks van Joke Oosters die ik beluisterde, ging toevallig over mannelijkheid en vrouwelijkheid in bedrijven. Ook bij de Ted Talks stootte ik toevallig (of niet) op een bijdrage van Michèle Mees met haar uitnodiging om op een meer vrouwelijke manier business te doen. Het is een thema dat blijkbaar op mijn pad moest komen. Ik ken er zelf nog weinig van, maar intuïtief voel ik al veel langer dat dit heel erg speelt in wie ik ben en hoe ik functioneer.

Het werd me in die twee bijdrages bevestigd dat het niet gaat om de clichés over mannen en vrouwen. Het draait om de verhouding tussen het mannelijke en het vrouwelijke, maar vooral over de gelijkwaardigheid van beide kwaliteiten. Dit durven herkennen in jezelf en dit kunnen toelaten zegt veel over wie je bent en hoe je met je energieën omgaat. En dat kan verschillen van moment tot moment, ook afhankelijk van de context. Uiteraard kunnen de deelneemsters van de intervisie in andere contexten perfect hun mannelijke energie laten zien: zij kunnen maar al te goed actiegericht en directief zijn, risico’s nemen en grenzen verleggen. Maar in de intervisie kozen zij voor reflectie, om echt te luisteren en te connecteren met de aanwezigen. Nadat we voldoende veiligheid hadden gecreëerd, hadden zij er in die veilige context geen moeite meer mee om hun twijfel en moeilijkheden als leidinggevende te tonen en bespreekbaar te maken. Vrouw zijn was geen criterium om deel te nemen aan de intervisie, maar het helpt wel wanneer je (ook als man) je vrouwelijke energie toelaat. Net zozeer is het mijn vrouwelijke energie die de meerwaarde en noodzaak van zo’n intervisies aanvoelt en die maakt dat ik daar volledig voor de deelnemers kan zijn. Maar het is mijn mannelijke energie die de acties en de doelen bepaalt om het te organiseren en die hen structuur en houvast biedt tijdens de sessie.

Misschien had ik wel teveel vanuit mijn vrouwelijke energie gecommuniceerd over de intervisies en sprak dit mannelijke leidinggevenden minder snel aan. Eén van de deelneemsters stuurde me nadien nog een mail. Vermoedelijk vanuit haar mannelijke energie adviseerde ze me om in mijn communicatie mannen meer uit te dagen, nl. dat intervisie er is voor leidinggevenden die nìet bang zijn om hun aanpak te verbeteren door hun praktijk in vraag te stellen en hun kwetsbaarheid met collega’s op gelijkaardige positie te delen. En ik denk dat ze een punt heeft. En ze trof daarmee de kern van een boek over kwetsbaarheid van Bréné Brown dat mij al weken bezighoudt: de angst om kwetsbaarheid toe te laten en hoe moeilijk wij, vrouwen én mannen, het daarmee hebben.

Maar los daarvan was het al bij al wel grappig: hoewel een intervisie onder vrouwen de deelneemsters duidelijk deugd had gedaan en hen elk concrete inzichten had opgeleverd, voelde je toch een licht ontgoochelde ondertoon in de feedback: wat meer mannelijk schoon in het gezelschap had niet misstaan. Bij deze is de uitnodiging gelanceerd.